samaritan.jpg

Donderdag 13 april 2017 - WITTE DONDERDAG - HET VERRAAD LIGT OP DE LOER

 
Lezingen: Exodus 12:1-8.11 - 1 Kor.11:23-26 - Johannes 13:1-15
 
Het zal geen uitbundig feestmaal zijn geweest toen op 'n avond, lang geleden, een jongeman, met de dood voor ogen, zichzelf weggaf in gebroken brood en 'n beker uitgegoten wijn, zelf aan hen die zijn bloed wel konden drinken. Toen Zijn vrienden van tafel opstonden en zich naar de Olijfberg begaven, had dit nog maar weinig van een geslaagde maaltijd. Maar sinds die gedenkwaardige avond komen honderden miljoenen mensen overal ter wereld bij elkaar om samen het brood te breken. Nog steeds - als eertijds in Emmaüs - wordt Hij nog steeds herkend in het breken van het brood.
 
Hij is het Brood geworden van eenheid en vriendschap. Maar zegt u eens eerlijk ‘heeft u straks bij de Communie écht het gevoel dat dit Brood ons dichter bij elkaar brengt? Het is een twistpunt geworden onder zijn volgelingen, reden om mensen uit te sluiten, te achtervolgen, te veroordelen. Het Sacrament van de Eenheid is bron van misverstand geworden. Een verdeeldheid die lijkt toe te nemen: ras tegenover ras, godsdienst tegenover godsdienst, en zelfs bínnen de kerk staan mensen gereserveerd tegenover elkaar.
 
Tweeduizend jaar eucharistievieren heeft de mensen niet bij elkaar gebracht. Leefde Jezus dan van een onbereikbaar ideaal? Of ligt het aan ons zelf: dat we het Brood alleen maar voor ons zelf willen houden, voor een kleine groep ingewijden? Paulus waarschuwde daar voor al in zijn Eerste Korintenbrief: ‘Zoals jullie je gedragen aan tafel kan er toch geen sprake zijn van 'n maaltijd in de Geest van Jezus: de een zit te bunkeren en verslikt zich, anderen kunnen niet eens mee genieten van de kruimels die van jullie tafels vallen’ (1 Kor.11:20) Afgunstig kijken we naar de andere bruiloftsgasten: of ze toevallig niet méér hebben gekregen dan wij. Het niet consequent durven breken en delen is er de oorzaak van dat we nog verdeeld zijn. Zolang ontwikkelingslanden nog rond moeten komen van 'n bnp dat even groot is als de jaaromzet van een niet eens zo groot bedrijf in het rijke Westen, is eenheid 'n ideaal.
 
Niet de verschillend opvattingen óver de Eucharistie staat de eenheid in de weg, maar het feit dat we blijkbaar slechte rentmeesters zijn. Zolang er mensen zijn die hongerlijden, vervolgd en gemarteld worden, is de Eucharistie meer een opdracht om tot Eenheid te komen dan de uitdrukking ervan. Dat bedoelt Paulus ook als hij zegt: ‘Als iemand iets tegen zijn broeder heeft, laat hij dan zijn gaven bij het altaar achterlaten en laat hij zich eerst met zijn broeder verzoenen’. Sint Jan de Evangelist vraagt ons vandaag nauwkeurig toe te kijken: ‘Jezus stond op, deed een theedoek voor, goot water in 'n bekken en waste de voeten van zijn leerlingen’ (en daarmee natuurlijk ook onze oren!) ‘Daarmee heb Ik u een voorbeeld gegeven’, zegt Jezus. De dienende liefde is de hoogste levensnorm!
 
Ook op dit moment is er wel iemand die lijdt, wordt ergens wel een mens gemarteld, alleen maar omdat hij van vrijheid houdt. Ik weet niet waar hij woont, niet wat voor 'n taal hij spreekt, en wat voor huidskleur. Maar op dit ogenblik, terwijl wij luisteren naar het verhaal van Witte Donderdag, bestaat die mens. Zijn schreeuwen is als de angstkreet van een opgejaagd dier, terwijl hij zijn lippen stukbijt om de namen van zijn vrienden niet los te laten. Een mens, gekluisterd en alleen, schreeuwt op dit moment, bestaat ergens.
 
De leerlingen liggen met Jezus aan tafel. Dat hadden ze meer gedaan. Maar ze voelden dat het dit keer ánders zou aflopen. Ze zien hoe hun Rabbi brood neemt - alledaags brood - het zegent en breekt en zegt: ‘Mijn Lichaam voor jullie gebroken’. Een gewone maaltijd had het kunnen zijn, maar de leerlingen voelen dat hun Heer zijn Testament aan het schijven is in Brood en Beker.
 
Er hangt die avond een sfeer van verbondenheid en saamhorigheid. Maar het verraad ligt op de hoek. ‘Onder de maaltijd, toen de duivel reeds aan Judas Iskariot, de zoon van Simon, het plan had ingegeven om Hem over te leveren, stond Jezus op’, lezen we vandaag in het evangelie van Johannes. Judas, hij zal zijn Meester met een kus verraden: ‘Hij die ik een kus geef, die is het’. Judas had met zijn vinger kunnen wijzen. Hij had Hem een duw, een por, een stomp desnoods kunnen geven, maar een kus... Want je moet een mens nabijkomen om hem te kunnen kussen. Je staat dan oog in oog. Wie gekust wordt, is niet bedacht op verraad. Kussen heeft te maken met houden van, niet met verraad. Judas heeft het geweten. Een andere uitweg zag hij niet dan een boom en een touw. Hij moet radeloos zijn geweest. De weg van vriendschap tot verraad - hoe kort ook - verandert 'n mens totaal. Liefde en haat zijn twee uitersten, maar ook elkaars buren. En die ertussen woont, raakt vermorzeld, fijngemalen, al blijft hij - zo te zien - overeind.
 
Als Judas iets van Jezus had begrepen, dan had hij toch moeten weten dat er altijd een uitweg is. Hij had over de brug moeten komen, ongewapend en met lege handen. Maar zelfs al zou de brug kapot zijn, zou hij over de brug heen kunnen springen. En zelfs dan nog: hij had kunnen schreeuwen - desnoods met overslaande stem - dat het zo, zo niet bedoeld was. Zo niet... Maar hij koos 'n boom en het touw. En zijn naam heeft nooit een kind meer gedragen... Judas…
 
Wij verzwijgen het verraad niet, maar wij vertellen elkaar vanavond vooral het verhaal van de Gods liefde door. Hoe Jezus brood nam en zichzelf daarin weggaf. Dat is wat ánders dan verraad. Daarom blijven wij dat verhaal van Witte Donderdag aan elkaar doorvertellen: van vader op dochter, van moeder op zoon. Wij mogen weten, telkens wanneer wij eucharistie vieren: dat dat een opdracht inhoudt om niet te rusten zolang er waar ook ter wereld nog steeds lichamen worden gebroken en onschuldig bloed wordt vergoten. Er is altijd een uitweg voor mensen, ook voor onszelf, die vaak niet beter zijn dan Judas, want ook wij zitten vol Judasstreken. Maar onze uittocht, onze doortocht, onze overtocht, is nabij! Dat willen wij vanavond vieren. Sámen komen we eruit!
 
Ambro Bakker s.m.a.
Deken van Amsterdam