afbeelding 238.jpg

Zondag 16 april 2017 - PASEN - DE VERRIJZENIS EN HET LEVEN

DE VERRIJZENIS EN HET LEVEN
 
Zondag 16 april 2017
Hoogfeest van Pasen
Lezingen: Handelingen 10:34a.37-43 – 1 Kor.5:6b-8 - Johannes Joh.20:1-9
 
Broeder Leo was 93 jaar. Hij keek wat zorgelijk toen ik hem toendertijd vertelde dat ik naar Zaanstad zou gaan verhuizen. Hij zei tegen me: ‘Maar je komt toch wel op mijn begrafenis?’ Natuurlijk ben ik erbij geweest. Voor broeder Leo was het duidelijk dat mensen na de dood met elkaar verbonden blijven. Zonder twijfel kan broeder Leo gerekend worden bij de 41% van de Nederlanders die geloven in een leven na de dood. 
 
Hij wilde begraven worden naast zijn broer, die ook broeder was. ‘Want’ zo voegde hij er triomfantelijk aan toe (op z'n Achterhoeks, want daar komt hij vandaan): ‘en bij het Laatste Oordeel kruupe we d'r samen uut’. Je ziet het al voor je: twee broers, die elkaar helpen om uit het graf te klauteren. Een bijna middeleeuwse voorstelling van zaken. Middeleeuws? Natuurlijk, want zo letterlijk zal het wel niet gaan. Toch is het goed om te luisteren naar oude mensen. Zij zijn dikwijls helemaal zichzelf, zonder enige pose. En als zij spreken over de dood, weten ze waar ze het over hebben. Ze voelen zich door de dood besprongen, beetje bij beetje, dag na dag. En als ze praten over de hemel? Sommigen voelen zich al de hemel ingetrokken, dag na dag: de eeuwigheid ervaren ze nu al.
 
En dit is niet alleen de ervaring van de 93-jarige broeder Leo. Toen ik in een van onze zorgcentra aan een mevrouw (92 jaar) vroeg ‘zou u graag honderd willen worden’, was haar antwoord: ‘dat hoeft van mij niet. Elk kind wil toch bij zijn vader en moeder zijn. Ik wil naar m'n ouders en naar m’n zus Mies. Wat zal het daar gezellig zijn!’ Voor ons zijn deze oude, broze mensen een levende band tussen tijd en eeuwigheid, tussen heden en toekomst, tussen God en mens. Oudere mensen kunnen ons vermoeden versterken dat voor God de mens geen wegwerpartikel is.
 
Daarvan getuigt ook het Paasverhaal van vanmorgen Misschien is het u opgevallen dat in het Paasevangelie Jezus niet van de partij is. Drie bijzonderheden worden vermeld die de wenkbrauwen doen fronsen: de zware steen is weggerold, het graf is leeg en de lijkwade is netjes opgevouwen. Het lege graf, de steen weggerold, de kleren opgevouwen. Dat ziet Maria Magdalena, dat zien de leerlingen. Maar ‘Zien en zien is twee’. Zeker bij Johannes. De leerlingen gaan op onderzoek uit. Ze gaan zelfs het graf binnen. Ze staan met z'n allen in de grote leegte. Er is er maar één die onmiddellijk gelooft. Het is Johannes. Wat gelooft hij? Geloofde hij in de verrijzenis van Jezus of geloofde hij het verhaal van Maria Magdalena?
 
Bijna 60% van de mensen gelooft niet in de verrijzenis. Er zitten daar veel mensen tussen die wél geloven, maar die alleen de leegte zien in hun bestaan. Ze kijken naar het graf, en kunnen het niet echt geloven. Wat zij zien is een afwezige Jezus. Wat zij zien is de grote leegte, machteloosheid, het geweldige gemis. En Pasen dan? Het is opvallend hoe lang de leerlingen erover doen voordat ze begrijpen wat er aan de hand is. Pas na een periode van grote aarzeling, pas als de leegte in hun bestaan gevuld is, als Jezus hen bij name noemt, als Hij het brood breekt, als Hij zijn wonden toont, dan breekt bij hen het licht door. Jezus is afwezig. En de leerlingen vallen terug op elkaar. Zo kunnen wij het ook uithouden in de leegte, op momenten waarop Jezus nog niet in ons levensverhaal voorkomt.
 
Er zijn mensen die zeggen: wees niet bang voor de dood. Want als je leeft, is de dood er niet. En als je dood bent, is het leven er niet. Geen mens komt zijn eigen dood tegen! Maar christenen denken ánders over de dood. Zij zien de dood als rover, spelbreker, als een onzalige levensverwoester. De dood die geen eerbied heeft voor het leven, geen rekening houdt met de liefde. De dood, die zelfs niet stopt bij wieg of kinderkamer.
 
Maar met Pasen vieren we dat niet de dood maar God het eerste maar ook het laatste woord heeft. Het leven kan soms dodelijke littekens achterlaten. We sterven allemaal bij stukjes en beetjes. Teleurstellingen, mislukkingen, gebroken kontakten, idealen die we net niet halen, de dood van een geliefde, verdachtmakingen door iemand die je voor 100% vertrouwde, ouder worden, ziek worden, aftakelen. Soms treft de pijn je zo hard dat je niet eens meer verder wilt. Jij blijft staan, met tranen in de ogen, terwijl de levenskaravaan al weer verder trekt. Soms ben je in staat je pijn te verbijten, te verwerken, er lering uit te trekken, er rijper door worden, en je probeert weer mee te trekken met de levenskaravaan.
 
Toch hoeven dit soort momenten ons niet levensgevaarlijk te verwonden. Met Pasen vieren we dat de goede krachten het winnen van de dood. Is verrijzen iets anders dan weer op de been geholpen worden en opnieuw opstaan ten leven? Verrijzen kunnen we zelfs bij het leven! Ik denk dat we met Pasen vieren dat het licht nooit helemaal dooft, nooit helemaal wordt weggedrongen, dat het leven nooit helemaal verstrikt kan raken in de netten van de dood, dat nooit alle vaste grond onder onze voeten verdwijnt. Zoals God zijn Zoon weer op de been heeft geholpen na de zwarte vrijdag. En in zijn naam mogen we zeggen met Pasen verkondigen: weest niet bang, want als je struikelt, zelfs als je struikelt over de dood, is de Heer zelf die ons dwars door de dood weer op de been zal helpen.
 
De dood van de Gerechte. Wij gingen de afgelopen Goede Week de weg die Hij is gegaan. Jezus van Nazareth was in feite een mens met een groots feestplan in zijn hoofd. Een wonder, een wonder, riepen de mensen. Maar Hij zei: als je wilt zul je nog grotere wonderen doen dan Ik, want Ik zeg je: veel droefheid moet nog worden omgebogen in vreugde, en heel wat leven moet nog vrijkomen van verderf en dood. Handgemeen moet veranderen in hulpbetoon. En handelen moet worden tot wandelen in barmhartigheid en gerechtigheid; de laatsten moeten eersten worden, de onderste steen zal boven komen! Dan komt de bruiloft pas goed op gang: het feest van hart en handen. Dan is alles in kannen en kruiken, dan is er een feest zonder einde. Mijn hemelse Vader zal hardop zeggen wat Hij in stilte heeft gedroomd: Alles is goed, het echte paasfeest kan beginnen!
 
Ambro Bakker s.m.a.
Deken van Amsterdam