imagesbijlmer-small1.jpg

Zondag 9 juli 2017 - OM MENSEN BEWOGEN

14de zondag door het jaar - A
Lezingen: Zach.9:9-10 – Rom.8:9.11-13 Mat.11:25-30
 
De vakantieperiode is weer aangebroken. Scholen gaan dicht, bedrijven draaien op halve kracht en zelfs de carnavalsvereniging en voetbalverenigingen hebben een vakantieperiode ingelast. Want we moeten tocht gelegenheid hebben ons één keer per jaar weer op te laden. We verlangen naar ontspanning en rust. Rust is een woord dat we verbinden met een lang weekend, met vakantie en met uitslapen. Maar komen we dan écht tot rust? Komen we wel tot rust in de lange files? Komen we wel tot rust aan de rumoerige en overvolle stranden met hun schetterende radio’s en telefoons, of op afgeladen kampeerterreinen? Kunnen we alleen nog maar rust verwachten na ons pensioen? Maar ik weet dat veel gepensioneerden het drukker hebben dan ooit! Misschien is er alleen nog maar sprake van échte rust, als we onder een stille, zware grafsteen rusten, of een urn als onderkomen hebben.
 
Het evangelie geeft vermoeide mensen een advies. ‘Komt allen tot mij die belast en beladen zijt, Ik zal u verlichting schenken’, zegt Jezus. Maar direct daarachter zegt Hij: ‘Neem mijn juk op en volg Mij!’ U weet dat een juk bedoeld is om zware lasten te dragen. Maar waarom zouden wie zware lasten op onze schouders nemen? Een slecht advies voor mensen die op vakantie gaan! We hebben al zoveel te lijden van de last van belastingen en zware hypotheken!
 
De tijdgenoten van Jezus wisten wat hij met dat juk bedoelde. Waren de wetten langzamerhand geen ondraagbaar juk geworden? Wetten die bedoeld waren om het leven wat overzichtelijker en lichter te maken, waren omgebogen tot ondraaglijke lasten. Velen dreigden eraan onder door te gaan. Jezus zegt: ‘Hun lasten neem Ik over!’ Maar een leven zonder juk belooft Hij ons niet. Niet de wetten maken mensen vrij, maar de onderlinge liefde. Verdriet en pijn kun je sámen dragen. Als we elkaars lasten dragen, zal niemand onder zijn last bezwijken. Als we broederlijk en zusterlijk delen, behoort honger en dorst voorgoed tot het verleden. Want gedeelte last is een halve last.
 
In de taal van deze tijd: blijf toch met je handen van mensen af die moeten leven van het bestaansminimum. Maak de lasten toch niet zwaarder dan ze zijn. Wees solidair met de baanlozen, gehandicapten, bejaarden en invaliden. Als we dat juk sámen dragen, zal de last veel lichter worden. Alleen zó kunnen wij onze zorgen dragen. Dan hoeven we wat minder te vrezen voor een hartinfarct. Paulus zei tot de Galaten: ‘Laat u niet opnieuw het slavenjuk opleggen en houdt stand’ (5:1)
 
Stel je niet zo hard op in het leven. Je hebt geen eelt op je ziel nodig. Want als je eelt hebt, dan hou je geen rekening met de groei van mensen. Waarom zijn onze systemen zo hard en meedogenloos? Waarom halen ideologieën ons telkens weer onderuit? Waarom is onze zakenwereld zo hard? Waarom drukken economische wetten de menselijke vrijheid plat? Waarom is de politiek zo geslepen en hard? Waarom gaan er mensen onder kerkelijke wetten en systemen door?
 
‘Mijn juk is zacht en mijn last is licht’, horen we Jezus vanmorgen zeggen. Zachtheid en mildheid hebben iets te maken met zoetigheid, zeggen we. Dan ben je een sulletje, die met zich laat sollen, maar met zich laat doen. Zoals de Zoete-Lieve-Jezus-plaatjes van vroeger: sentimenteel, zoetelijk, lieflijk, los van elke werkelijkheid. Jezus ís zachtmoedig en nederig van hart. Maar dat betekent niet dat Hij niet van optreden wist. Op 12-jarige leeftijd koos Hij in de tempel al voor zijn vader in de hemel. De kooplui ranselde Hij de tempel uit, omdat ze de plaats van zijn Vader onteerde. Hij schold Petrus uit voor ‘Satan’, toen deze de smalle weg wilde verlaten. Joodse leiders tuchtigde Hij met ontmaskerende woorden. Jezus is in Galilea. Hij heeft mensen aangeraakt en genezen. Hij heeft het Rijk Gods in hen aangewezen. Hij is ook op tegenstand gestoten. De dragers van het Rijk Gods zijn heel kwetsbaar. Johannes de Doper zit in de gevangenis en vraagt zich vertwijfelt af: kan het nog wat worden met dat Rijk Gods?
 
In het evangelie staan twee soorten van mensen tegenover elkaar. De uitdrukking ‘de wijzen en verstandigen’ kan weleens sarcastisch gebruikt zijn. Dan gaat het over mensen die menen de waarheid in pacht te hebben. Daartegenover plaatst Jezus de ‘kinderen’, beeld van nog-niet-zoveel-weten. Dan gaat het om mensen die nog spontaan kunnen reageren, die nog kunnen dromen en fantaseren. Het gaat hier niet om leeftijd, maar om mensen met een onbevangen instelling, een onbevangen blik. De weters zijn vol van de wet. Zelfs zo vol dat de komst van het Koninkrijk hen ontgaat.  De gewone man blijkt vaak over een betere antenne te beschikken bij onze zoektocht naar God Koninkrijk en zijn Gerechtigheid.
 
Opkomen voor je principes, voor een betere en rechtvaardiger wereld, vraagt niet om halfzacht gedoe. De komst van het Koninkrijk vraagt om fier en ferm optreden, desnoods tegen de verdrukking in! Niet om daar zelf beter van te worden, niet om eigen macht en aanzien. Geen scheiding tussen wat we op zondag in de kerk belijden en wat we op maandag doen. Niet als een brave huisvader je kind teder op je schouders nemen en op maandag op het werk de beul uithangen en je grenzen te buiten gaan.
 
Misschien dat de vakantie ons kan helpen het leven wat te relativeren. Zoals de Heilige Augustinus dat zegt: ‘De mens maakt grote reizen om zich te verbazen over de hoogte van de bergen, over de geweldige golven van de zee, over de lange loop van de rivieren, over de uitgestrektheid van de oceaan, over de eeuwige kringloop van de sterren, maar aan zichzelf gaat de mens zonder verbazing voorbij’. De vakantie kan een oefentijd in tederheid en in zachtmoedigheid zijn. Aandacht voor jezelf, aandacht voor elkaar, en aandacht voor God. Zij zijn de wegwijzers naar het Rijk dat Jezus voor ogen stond: om mensen bewogen! 
 
Ik wens u een fijne vakantie toe. Dat u uitgerust terugkomt. Misschien zou u een vakantiegroet kunnen sturen aan diegenen die niet aan een vakantie toe kunnen komen. Misschien zou u hen een bloemetje kunnen sturen. Niet omdat bloemen zoveel van mensen houden, maar omdat mensen van mensen houden! Zo eenvoudig kan het zijn, want ook dit soort eenvoudige dingen vormen mede de bouwstenen voor Gods Koninkrijk en zijn Gerechtigheid
 
Ambro Bakker s.m.a.
Deken van Amsterdam