vermeer martha en maria.jpg

Zondag 30 juli 2017 - SCHATGRAVEN

17de zondag door het jaar – A
Lezingen: 1 Kon.3:5.7-12 – Rom.8:28-30 - Matteüs 13:44-52
 
‘Het is ons niet gegeven een eerste leven te leven, een proef-leven, om het menselijk bestaan te leren leven. Voor ieder van ons valt het leren leven samen met het leven zelf. Elk van onze daden telt; goed of kwaad verricht, zullen zij gevolgen hebben in de wereld en voor ons zelf.’
 
Deze gedachte van de Franse wijsgeer René le Senne (1882-1954) is misschien niet erg oorspronkelijk; we lezen het al bij de Romeinse schrijver en filosoof Seneca (4 v.Chr.- 65 na Chr.). Maar daarom is het niet minder waar. Wij worden gewezen op onze verantwoordelijkheid, op het onherroepelijke van onze daden. Die verantwoordelijkheid is zwaar, want niets in het leven kan ongedaan gemaakt worden. Soms hoor je mensen zeggen: ‘als ik het mocht overdoen, zou ik het precies weer zó doen!’ Dat kunnen zij niet werkelijk menen, want iedereen heeft wel dingen waar hij spijt van heeft. Sympathieker is die jonge Russische vrouw, die gevraagd werd ‘Hoe zou het zijn als het leven dat men reeds geleefd had, als een eerste ontwerp mocht worden beschouwd, gevolgd door een tweede lezing?’, en toen antwoordde: ‘Ieder van ons zou dan trachten het in de herhaling anders aan te leggen dan de eerste keer’. Die jonge vrouw was één van Tsjechovs ‘Drie zusters’ (J.M.M.de Valk, Bij de dag, Meinema 1993). 
 
Je kunt je leven niet overdoen. Elke minuut is onherhaalbaar en onherroepelijk, heeft zijn consequenties. Dat geeft ons een bijzondere verantwoordelijkheid. Hoe richt je je leven in? Waar of op wie leg je de klemtoon? Bij wie of wat liggen je interesses? Voor wie of wat zet je je in? Naar wie of wat laat je je oren hangen? Naar of wie gaan je ogen staan? Wie of wat bepaalt de richting van ons spreken? Met andere woorden: waar zoeken wij de schat in ons leven? Bij mensen of bij de hebbedingetjes? En welke moeite getroosten wij ons om die schat te vinden? En vergeten we het niet: geen minuut in ons leven komt terug!
 
In het evangelie is er vanmorgen ook sprake van een verborgen schat. Een knecht is aan het ploegen en vindt een gouden munten in de grond. Niet eens zo verwonderlijk, want in vroeger tijdens begroef men soms het geld in een kruik in de grond als men op reis ging. Het waren tijden van oorlog en onrust. En als de eigenaar van de munten op het slagveld achterbleef, wist niemand meer waar hij zijn gouden munten had begraven. De schat bleef aan de aarde toevertrouwd tot er een gelukkige vinder kwam. De boerenknecht uit het evangelie vindt zo'n pot met gouden munten. Hij stopt de kruik weer gauw in de grond, want volgens het joodse recht behoorde de schat toe aan de eigenaar. Wat deed de slimme boerenjongen? Hij verkocht zijn schamel bezit, stak zich diep in de schulden om dat stukje grond te kopen. Zijn dorpsgenoten snapten er niets van. Wie geeft nu zoveel geld uit voor een klein stukje grond? Totdat ze te weten kwamen dat er een schat in de grond begraven lag. Toen vond iedereen het heel begrijpelijk dat hij zich diep in de schulden gestoken had!
 
Vervolgens vertelt Jezus het verhaal van de parelvisser. Ook die steekt zich diep in de schulden om in het bezit te komen van de mooiste parel die hij in zijn leven gezien had. Niemand wist wat die parel waard was, maar de man vond het de moeite, ja alle moeite waard. De derde parabel volgt er direct achteraan: ‘de parabel van het volle visnet’.
 
't Waren spannende verhalen. Dat vonden de mensen die naar Jezus luisterden ook. Maar Jezus wilde hen geen sprookjes vertellen. Hij vertelde geen verhalen om de omstanders te amuseren. Zijn verhalen waren concrete richtlijnen naar God toe. Veel verhalen zijn gevaarlijk, omdat 't ‘veilige’ verhalen zijn. Het zijn verhalen die niets nieuws beloven. Ze bevestigen de status quo. Wat vertellen we thuis aan elkaar? Welke verhalen vertel je aan je kinderen, welke verhalen hoor je vanaf de kansel? Zijn het oude verhalen of is het iets nieuws? De verhalen van Jezus zijn uitdagende verhalen, die vrijwel altijd iets vertellen over mensen aan de onderkant: prostituees, tollenaars, arm vissersvolk, messentrekkers en oproerkraaiers.
 
Verborgen schatten fascineren. In sprookjes en sagen wordt dit diep menselijk verlangen telkens weer aangesproken, zoals nu de Lotto nog vele mensen boeit. Waar ligt de schat in uw leven? Bent u ook bereid om de hoge prijs te betalen die daarvoor nodig is? Of bent u een buitenstaander die geen risico's durft nemen en de schat in de grond laat zitten? En intussen verglijden de uren, dagen, maanden, jaren in ons leven. Waar ligt voor een volgeling van Jezus de grootste schat? Kunnen wij die schat zien? Jezus zegt: kijk om je heen, dat Rijk Gods is groeiend. En inderdaad: kijk maar naar onze missionarissen die alles achter zich hebben gelaten om dat Gods Rijk gestalte te geven onder de allerarmsten. En de slotzusters? Heeft u er weleens een gesproken? Ook zij lieten alles achter zich om in het bezit te komen van die kostbare schat.
 
En hebt u zelf ooit de helpende hand van God in uw leven ervaren? ‘Zo vriendelijk en veilig als het licht, zoals een mantel om mij heen geslagen, zo is mijn God’. Heeft u ooit ervaren dat het God is die de toekomst - onze toekomst - stevig in handen heeft? ‘De schat ligt niet aan de overkant van de oceaan, maar in uw eigen hart en op uw eigen lippen’, verkondigen de profeten. De schat van het Godsrijk ligt verborgen in de akker van ons leven. Je moet die schat leren ontdekken! En die schat is nooit iets, maar altijd iemand. Jezus is onze Heer, met zijn vrijheid, met zijn liefde, met zijn vrede. Hij is echt de moeite waard om er alles voor te geven. ‘Zoek eerst het Rijk Gods en het overige zal u in de schoot worden geworpen’. Als topsporters zoveel over hebben om in het bezit te komen van dat felbegeerde goud, zilver of brons, zouden wij dan niet alles op alles moeten zetten om in het bezit te komen van die kostbare parel: Gods eigen Koninkrijk? En op de weg naar die schat, is elke minuut onherhaalbaar!
 
In de eerste lezing vraagt koning Salomo in een droom aan God niet om rijkdom, bezit, een lang leven, maar om wijsheid. Salomo op zijn best. Zijn aandacht ligt niet bij de zichzelf maar bij God en de mensen. De band tussen beide lezingen is duidelijk. Alle vier verhalen gaan over mensen, die álles wat ze hebben en álles wat ze zijn op het spel durven zetten om hun levensschat op te graven. Vier mensen die in hun leven diep ploegen! Mensen die elke onherhaalbare minuut gebruiken voor het verwerven van de hemelse schat, die niet om dingen cirkelt maar om de mensen en God. Hun hele menselijke vermogen en energie gaat erin zitten! Succes bij het opgraven van de schat van uw leven!
 
Ambro Bakker s.m.a.
Deken van Amsterdam