compen2pantokrator.jpg
Brief Monseigneur Punt over kindermisbruik PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Marcel Elsenaar   
maandag, 15 maart 2010 10:22

Bisdom van Haarlem-Amsterdam                                    

 logo haarlem amsterdam 

                                                                                                             Haarlem 10 maart 2010

 

 

Aan de katholieke gelovigen in het bisdom Haarlem - Amsterdam

 

 

 

Dierbare broeders en zusters,                                                                      

 

De afgelopen weken hebben de media uitvoerig bericht over gevallen van seksueel misbruik in de katholieke Kerk van Nederland. Graag wil ik met u mijn gevoelens aangaande deze ernstige problematiek delen. Met u voel ik mij, zeker als bisschop, geschokt en beschaamd. Natuurlijk weten u en ik dat zwakheid en zonde van alle mensen is, en ook onze eigen rijen van geestelijken, opvoeders en leerkrachten niet voorbij gaat. Maar de feitelijke situatie, vooral in vroegere katholieke internaten, heb ik zo niet vermoed. Tienduizenden kinderen hebben hier hun vorming gekregen. Op het moment dat ik dit schrijf zijn er 360 meldingen binnengekomen uit het hele land, waarvan 15 formele klachten. Bijna alle meldingen zijn uit de periode tussen 1950 en 1975. Het was de tijd waarin veel in onze samenleving begon te schuiven, ook in seksuele zin. Het heeft ook Kerk en geestelijkheid niet onberoerd gelaten.

 

Uit wat tot nu toe naar boven is gekomen moeten wij erkennen dat er structureel ernstige fouten hebben gezeten in het toenmalige opvoedingssysteem. De grote afstand tussen leraar en leerling, de geringe controle en het verregaand ontbreken van sensibiliteit voor deze gevaren, heeft het mogelijk gemaakt dat een - weliswaar kleine - groep paters, broeders en zusters met een verstoorde seksualiteit, jarenlang toch vele slachtoffers heeft kunnen maken, en kinderen voor hun leven heeft getekend. In de bisschoppenvergadering hebben wij besloten alle meldingen door te leiden naar de betreffende orde, congregatie of bisdom, waar het misbruik heeft plaatsgevonden, opdat de slachtoffers daar gehoor vinden en geholpen worden. Onze bijzondere zorg geldt daarbij degenen, van wie het leed soms nooit door de Kerk is gezien en erkend, en waarbij de daders vaak al zijn overleden. Wij willen hen alsnog de volle erkenning geven van de vaak levenslange geestelijke wonden die hen zijn toegebracht, en van de schuld die de Kerk in haar geheel hiervoor draagt.

 

Weliswaar bereiken ons uit het buitenland, en inmiddels ook uit eigen land, steeds meer berichten dat ook in niet-kerkelijke jeugdinrichtingen in die tijd dezelfde mistoestanden hebben bestaan, maar dat pleit ons niet vrij van een bijzondere verantwoordelijkheid. Juist als Kerk stellen wij hoge morele eisen aan onszelf en aan anderen. Wij accepteren dan ook volledig dat de samenleving haar verontwaardiging nu eerst met name op de katholieke Kerk richt. Wel hoop ik dat in een tweede fase ook een herbezinning tot stand komt op de gehele breedte van dit afschuwelijke kwaad. Kindermisbruik is in onze tijd een maatschappelijk drama geworden met een enorme omvang. Elk jaar zijn er in Nederland duizenden klachten. Men vermoedt dat het slechts het topje van de ijsberg is. Ook al deze slachtoffers hebben er  recht op dat hun leed wordt gezien en hun stem gehoord. Vele gezinnen zijn ontwricht. De samenleving extreem geseksualiseerd. Wat doet dit met onze jeugd? Waar vinden we remedies en nieuwe wegen? Maar nu eerst terug naar de huidige situatie in onze Kerk.

 

Deze is gelukkig sterk verbeterd. Katholieke internaten in de oude vorm zijn er al tientallen jaren niet meer. Wel zijn er nog voorbeelden van misbruik in pastorale relaties, die variëren van ongewenste aanraking tot verkrachting. Meestal betreft het geen kinderen. De Kerk krijgt gemiddeld 10 tot 20 klachten per jaar. Om hier een adequaat antwoord op te geven hebben wij als eerste land ter wereld vijftien jaar geleden al de onafhankelijke kerkelijke Stichting Hulp en Recht opgericht. Wij hebben dit nodig geacht om slachtoffers een discrete en gemakkelijke weg te bieden om hun klacht aanhangig te maken. Waar het recht dat vereist en het slachtoffer dat wenst wordt aangifte gedaan of een juridische procedure gestart.

 

Met de medewerk(st)ers van Hulp en Recht zijn wij nu in gesprek om te bezien waar de procedures nog kunnen worden verbeterd, opdat het grote kwaad van seksueel misbruik tot het uiterste kan worden teruggedrongen. In de katholieke opleidingsinstituten is aandacht voor deze problematiek inmiddels al praktijk. Experts verzekeren ons dat het celibaat hierbij geen beslissende factor is. Niettemin hebben wij ons voorgenomen om bij de toelating tot het gewijde ambt nog sterker te laten toetsen of kandidaten de geestelijke en affectieve rijpheid bezitten om het celibaat op zich te kunnen nemen. Samen met de huidige oversten van de betroffen congregaties hebben wij besloten tot een diepgaand onafhankelijk onderzoek van verleden en heden. De niet-katholieke oud-minister Deetman is gevraagd dit voor te bereiden. Het is onze oprechte intentie om volledige openheid te bereiken over wat er precies is gebeurd, hoe het heeft kunnen gebeuren, en welke lessen voor de toekomst wij hieruit moeten trekken.

 

Het is mijn vurige wens dat al deze maatregelen allereerst de slachtoffers zullen helpen om tot genezing en vergeving te komen, en voor de hele kerk een echte reiniging zullen zijn. Juist de Veertigdagentijd is bij uitstek de tijd om ons hart en ons handelen open te leggen voor God en voor elkaar. Ter bescherming van de overgrote meerderheid van onze priesters, broeders en zusters, die zich met hun hele leven inzetten voor God en mensen, hoop ik dat u mij toch ook veroorlooft te zeggen dat het percentage van hen dat misbruik heeft gepleegd klein is. Onverminderd blijft evenwel het verdriet en de schaamte over deze zwarte bladzijde in onze Nederlandse Kerk. Het is mijn bede, dat zij gezuiverd en gesterkt uit dit drama tevoorschijn mag komen. Maar bovenal bid ik met u voor de slachtoffers, dat zij kracht vinden om hun pijnlijke ervaring te verwerken. Voor hen en ons allen vraag ik de bescherming van de heilige Maagd Maria, en Gods bijzondere Zegen.

 

 Jozef Marianus Punt

 Bisschop van Haarlem - Amsterdam

 

Laatst aangepast op maandag, 15 maart 2010 10:27