Zondag 11 juni 2017 - LIEFDE VRAAGT WEINIG WOORDEN

Hoogfeest van de Heilige Drie-eenheid - A
Lezingen: Exodus 34:4b-6.8-9 -  2 Kor 3:11-13 – Joh.3:16-18
 
Ruim 50 jaar geleden is mijn vader overleden. Als u mij zou vragen ‘Wat was dat voor een man?’, dan zou ik zeggen: ‘mijn vader was een vrolijk, diepgelovig mens, die elke morgen en avond zijn rozenkrans bad. Eigenlijk was het een vader zoals iedere vader zou moeten zijn!’ Dat zou het ongeveer zijn! Meer zou ik over hem niet kunnen zeggen. Opmerkelijk eigenlijk dat je zo gauw over je vader bent uitgepraat! Maar ja, wat moet je meer vertellen? U kent hem niet, U hebt hem nooit ontmoet. Wat moet je dan méér zeggen? Gek eigenlijk dat je gauw bent uitgepraat als je van iemand houdt. Natuurlijk zou ik best heel wat verhalen óver mijn vader kunnen vertellen. Maar dan zit u hier morgenvroeg nog. Dan komen allerlei herinneringen boven, en het ene verhaal roept weer andere verhalen op Het is waar: hoe méér je van iemand houdt, des te minder woorden heb je nodig. Als je aan mensen vraagt waarom ze van elkaar houden, krijg je meestal een stuntelig antwoord! ‘Ze zat bij me op school, of op de voetbal’. 
 
Misschien dat dat ook het geval is met God. Hoe meer woorden je kunt vinden voor God, des te groter is de vraag of je wel écht van God houdt. Natuurlijk mag je de vergelijking niet al te ver doortrekken, want pastoors hebben elke week zoveel woorden over God dat je je dan kunt afvragen of het allemaal wel koek en ei is tussen de pastoors en God! Als je écht van God houdt, heb je geen woorden nodig. Vraag maar eens aan een theoloog wie God nu eigenlijk is. Hij zal gauw zijn uitgepraat! Ook in die grote dikke Bijbel staat, geloof ik, maar één keer wie God is. De evangelist Johannes legt Jezus de woorden in de mond: ‘God is liefde!’ God is geen afstandelijk, koud en onverschillig wezen. Hij is Iemand met wie je de relatie tot ons het best kunt omschrijven met het menselijk woord liefde.
 
Aan het begin zei ik dat we van iemand, van wie we veel houden, wél veel verhalen, geschiedenissen en voorvallen kunnen vertellen. Dat is ook bij God het geval. Op de vraag ‘Wie of wat is God?’ weten we geen antwoord. Maar we kennen heel wat verhalen over Hem. In de heilige Schrift wordt God vrijwel nooit echt beschreven. Er staat nergens in de Bijbel een geleerde uiteenzetting over wie God is. Wel vertelt elke bladzijde wat God doet, en in het bijzonder wat Hij doet voor ons mensen. De schrijvers van de Bijbel vertellen wonderlijke verhalen over hoe zij God in hun leven hebben ervaren in zijn bezig-zijn-met- mensen.
 
Noch de schrijvers van het Oude, noch de schrijvers van het Nieuwe Testament hebben zich druk gemaakt over een definitie van God. Zij vertellen alleen verhalen over hoe God met ons mensen omgaat. Voor hen is de Drie-ene God geen raadsel, maar een geheim, zoals iemand die van een ander mens houdt ook niet onder woorden kan brengen wat de ander voor hem of haar betekent. Blijkbaar breekt er iets door van het geheim van God, waar wij elkaar in liefde dragen. Het is onze taak om de liefde van God gestalte te geven in onze wereld.
 
Sinds Jezus mogen we God "Vader" noemen. In het Hebreeuws betekent dat woord vader Abba. Abba is een kinderwoord. Joodse kinderen riepen Abba als ze verdriet hadden, als ze hulp nodig hadden. Kinderen hebben het woordje Abba gestameld bij vader op schoot. Abba is een kinderwoord, simpel en heel gewoon. Jezus heeft het zelf ook van straat opgepikt. De kinderen riepen het overal. Jezus heeft het Zélf geroepen. Het woord Abba riep in Jezus' tijd een sfeer van vertrouwen op: thuis zijn, erbij horen, de deur staat altijd open, je bent welkom, je kunt binnenkomen zonder kloppen, schuif maar aan, er is genoeg. Abba vormde ook de kern van Jezus' leven. Zijn hart was er vol van. Zo zouden de mensen met elkaar moeten omgaan. In dat ene woord Abba vatte Jezus samen waar Hij op hoopte: mensen die thuisraken bij elkaar, elkaar onvoorwaardelijk vertrouwen, elkaar een nieuwe kans gunnen en elkaar niet afschrijven.
 
En wat de Geest betreft: het zou zonder die Geest van Jezus een dooie boel zijn. We zouden geen greintje troost vinden bij ons verdriet, als die Geest er niet was. De Geest, van wie Jezus zei dat Hij de Trooster is. Die Geest maakt mensen tot kinderen van God. Hij brengt ons met God in relatie. Rond de heilige Geest cirkelen zeven woorden die ons leven tot 'n feest kunnen maken: liefde, trouw, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid. De Geest van God is de ziel van ons gelovig bestaan.
 
Als ik mensen doop, doe ik dat in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Als ik de ziekenzalving toedien, gebeurt dat in de naam van de Vader, Zoon en heilige Geest. Als we een kruisteken maken - misschien doet u dat nog bij het opstaan en slapen gaan, of voor en na het eten - dan drukken wij daarmee uit dat we ons leven toevertrouwen aan de Drie-ene God.
 
Het feest van de heilige Drie-eenheid moeten we niet aan theologen overlaten. Het feest staat niet ver af van ons eigen leven. Je ontmoet de Drie-ene God waar mensen elkaar ernstig nemen en niet afschrijven, waar ze werken aan een bewoonbare, dus schone wereld. Je weet dat de Geest van God werkzaam is, waar mensen zorgzaam omgaan met elkaar en met deze aarde. Dan ervaar je wat een levenskracht God is, waar mensen het aandurven elkaar het leven terug te geven.
 
Ambro Bakker s.m.a.
Deken van Amsterdam